Eco Zonnewoning

Alle mogelijkheden, beslissingen en resultaten van de bouw van onze passieve energie-plus woning

Auteur: ZonAdministrator (page 1 of 18)

Wijziging bouwbesluit 2012 voor BENG

De minister heeft met een brief een wijziging van het bouwbesluit 2012 aangedragen. De doelstelling is om een verminderde uitstoot van CO2 te beperken. Aangezien gebouwen 40% van de energie gebruiken is daarop bezuinigen een efficiënte stap (zie mijn eerdere bericht over trias energetica).  De verbetering spitst zich toe op aanscherping van de BENG-normen, welke een opvolger en betere indicatie is dan EPC; ze beoogd een zuinigere bouw, waar men bij EPC een onrendabele keuze kan compenseren door extra zonnepanelen.

(EPC = Energie Prestatie Coëfficiënt, hoeveel energie gebruikt een huis netto?  BENG = Bijna Energie Neutraal Gebouw, hoeveel energie gebruikt een huis excl opwekking)  Er zijn meerdere soorten gebouwen, zoals woningen, kantoren, scholen etc.. Ik beperk me bij het nalezen en hier tot woningen, de zogenaamde ‘grondgebonden woningen’.

BENG heeft drie eisen;
1) de maximale energiebehoefte van een gebouw, in kWh per m² gebruiksoppervlakte
2) het maximaal primair fossiel gebruik, ook in kWh per m² gebruiksoppervlakte
3) het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

Waarom er bij eis 2 gesproken wordt over ‘fossiel gebruik’ heb ik nog niet helemaal door. Als ik elektriciteit nodig heb (om mijn huis te verwarmen bijvoorbeeld) en ik koop groene stroom van windmolens dan is het toch geen fossiel gebruik?  Wat ze bedoelen is in ieder geval het totaal aan benodigde energie voor verwarmen, koelen, warmwater en ventilatoren. Als er zonnepanelen zijn wordt dat er wel weer van afgetrokken. Bij eis 1 worden niet de energieverliezen en rendementverliezen meegenomen en bij eis 2 wel.

Bij eis 1 is de thermische kwaliteit van de bouwschil (isolatie en luchtdichtheid) van groot belang.

De minister maakt met door de aanpassing verschil in eisen voor verschillende gebouwen. Voor tussenwoningen gaat eis 1 van 75 naar 55 kWh/m².jr. En er is maatwerk mogelijk voor hout- en staalskeletwoningen, volgens de minister omdat deze door de lichte bouwwijze onnodig zouden worden benadeeld, terwijl de bouwmaterialen goed her te gebruiken zijn. Eis 1 voor deze woningen is daarom nog eens 5 kWh/m².jr lager.  Ingangsdatum van de nieuwe eisen: 1 juli 2020.

Technischer… 
Als  = Verliesoppervlak; de buitenschil in m²
Ag = Gebruiksoppervlak
Als / Ag = de geometrieverhouding, hoe compact is de bouw? met grenswaarden 1,83 en 3,00
Eis 3 = hoeveelheid hernieuwbare energie (=panelen bijvoorbeeld) gedeeld door totaal van hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik  (=eis 2)

De eisen
1) a-bij Als/Ag <= 1,83 dan is de eis “<65” kWh/m² per jaar
b-bij tussenliggend   is de eis “< 55 + 30 x (Als/Ag – 1,5)”
c- bij Als/Ag >= 3,00 dan is de eis “< 100 + 50 x (Als/Ag – 3,0)”
eis bij lichte bouwwijze = +5
2) de eis is <= 50 kWh/m² per jaar
3) de eis is >= 40%

Persoonlijke situatie volgens EPC berekening;
Als = verliesoppervlakte = 558,24 m², Ag = gebruiksoppervlakte = 196,42 m², dus Als/Ag = 2,8. Eis 1b van toepassing; 5+55+30x(2,8-1,5)=100,26 kWh/m².jr
Het gebruiksoppervlak = 196,42 m² dus voor eis 1 ligt de grens op 19.694 kWh/jaar.  Eis 2 = 50 kWh/m².jr = 9.821 kWh/jaar.
Met 32 zonnepanelen a 310 Wp en 95% rendement verwachten we 9424 kWh/jaar op te brengen.
Verwacht energieverbruik ‘gebouwgebonden installaties’ = 6.669 kWh/jaar, stelpost ‘niet-gebouw-gebonden installaties’ 5.506 kWh/jaar. Totaal 12.175 kWh/jaar. Netto gebruik met zonnepanelen = 2.751 kWh/jaar.
Eis 1 = gebruik 12.175 met grens 19.694 = VOLDAAN
Eis 2 = gebruik 2.751 met grens 9.821 = VOLDAAN
Eis 3 = 9424 / 9424 + 2751 = 9424 / 12.175 = 77% = VOLDAAN

Maarr..
Ik heb  hier zelf nog wat bedenkingen bij. Ik ga zodra ik er woon het gebruik nauwkeurig meten natuurlijk en ik denk dat ik de benodigde energie van 12.175 kWh/jaar echt niet ga halen, eerder 2500 kWh/jaar om te leven en 4000 kWh/jaar voor de verwarming, dus om en nabij de helft. De zonneopbrengst zal per jaar verschillen maar ik denk echt dat ik heel veel elektriciteit ga overhouden. En dan is het geen BENG meer maar een ZENG… een Zeer Energie Neutraal Gebouw. Of een Energieplus-woning. Er komt immers meer energie bij dan dat er wordt gebruikt.   We zullen zien.

 

 

Bronnen BENG eisen bij het RVO, kamerbrief en ontwerpbesluit van de minister

 

Nieuwe wet Kwaliteitsborging (rechten koper nieuwbouwwoning)

Op 14 mei 2019 heeft ook de eerste kamer de nieuwe wet Kwaliteitsborging (WKB) goedgekeurd. Tot voor kort dacht ik dat het al redelijk goed was geregeld; maar blijkbaar waren er nog een paar problemen in de huidige situatie en probeert men dat nu te verbeteren. Wat is de situatie?

Er is nu een bouwbesluit 2012 (als opvolger van bouwbesluit 2003). In de teksten hierover op https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/ is onder andere te lezen dat dit bestaat uit 3 onderdelen: 1) een regeling bouwbesluit 2012, 2) een nota van toelichting en 3) een integrale nota van toelichting. Hierin alle regels waar de bouwer rekening mee moet houden.

De nieuwe wet heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. Er komt een kwaliteitscontroleur die het bouwplan toetst op risico’s en de bouwplaats controleert. En vooral Consumenten krijgen een betere bescherming als na oplevering gebreken worden ontdekt.

Het grote verschil wat ik heb kunnen ontdekken is:

NU worden bij een oplevering alle punten genoteerd en de aannemer is verplicht deze punten te verbeteren binnen de drie maanden na oplevering. ECHTER, voor punten die wel zichtbaar zijn geweest maar niet opgeschreven is de aannemer NIET verplicht dit op te lossen, ook al is het overduidelijk een  omissie in de uitgevoerde bouwopdracht.
Met de NIEUWE wet worden ook de dan niet opgeschreven maar later ontdekte punten een verantwoordelijkheid van de aannemer om deze op te lossen.

=== citaat Vereniging Eigen Huis

De bouwer moet straks ook een gebrek herstellen dat bij de oplevering over het hoofd is gezien. Tot nu toe hadden kopers vaak een probleem als zij bij de oplevering van hun nieuwe huis een dergelijke schade, defect of ander zichtbaar gebrek hadden gemist. Zelfs met een juridische procedure was het dan vaak niet meer op de bouwer te verhalen.

=== einde citaat Vereniging Eigen Huis

 

===== citaat Heijltjes advocaten:

Wijziging verborgen gebrekenregeling
Ter versterking van de positie van de opdrachtgever wordt voorgesteld het Burgerlijk Wetboek (BW) aan te passen op het punt van aansprakelijkheid.

In de bouw gelden op dit moment specifieke regels over de aansprakelijkheid voor gebreken. Tot het moment van oplevering van het bouwwerk is de aannemer aansprakelijk voor alle gebreken. Vanaf het moment van oplevering is de aannemer alleen nog aansprakelijk voor verborgen gebreken. 

Onder het huidige recht zijn dit gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs niet had hoeven te ontdekken. Heeft een opdrachtgever bij de oplevering een zichtbaar gebrek niet ontdekt, dan komt dat voor zijn eigen risico. De aannemer hoeft dat (bij de oplevering zichtbare) gebrek niet te herstellen.

In het wetsvoorstel Wkb wordt de definitie van een verborgen gebrek aangepast. Daardoor wordt de aannemer aansprakelijk voor alle gebreken, ook voor de gebreken die wel tijdens de oplevering door de opdrachtgever redelijkerwijs had moeten worden ontdekt maar niet zijn ontdekt en om die reden niet in het proces-verbaal van oplevering zijn genoteerd.

Dat is anders als de aannemer kan bewijzen dat het gebrek niet aan hem zijn toe te rekenen, bijvoorbeeld indien het gebrek voortvloeit uit een ontwerpfout of een fout van een nevenaannemer. De bewijslast wordt – ten opzichte van de huidige regelgeving – omgedraaid ten gunste van de opdrachtgever.

De aannemer heeft zowel onder de huidige regelgeving als ook onder de Wkb een waarschuwingsplicht voor (ontwerp-)fouten van derden.

 

===einde citaat Heijltjes advocaten

Tweede aanpassing; NU is het dat de opdrachtgever 5% van de aanneemsom mag achterhouden (of de aannemer verstrekt hiervoor een bankgarantie)  om druk te houden op het oplossen van de problemen.  Na drie maanden wordt het achtergehouden bedrag uitbetaald aan de aannemer, tenzij de opdrachtgever aangeeft een deel te willen opschorten omdat iets nog niet is opgelost.    STRAKS is het dat de aannemer in de tweede maand de opdrachtgever een bericht moet sturen waarin staat dat de opdrachtgever nog de tijd heeft om klachten te melden en het depotbedrag vast te houden.

 

Derde aanpassing: De gemeente is NU niet aansprakelijk als het bouwwerk toch niet aan het bouwbesluit voldoet. Omdat STRAKS een kwaliteitsborger de bouw toetst is de gemeente wel aansprakelijk voor de gevolgen van onvolkomenheden. Het idee is dat hierdoor de kwaliteitsborger zijn werk fanatiek zal gaan uitvoeren namens de gemeente; oftewel goed gaat controleren op uitgevoerde kwaliteit.

 

infographic WKB

 

 

De wet gaat – naast wat pilot-projecten – pas op 1 januari 2021 in, dus dat duurt nog even.

Het heeft overigens even geduurd voordat deze nieuwe wet helemaal gereed was dat men (lees: een democratische meerderheid) het over eens was.

  • april 2016 – instemming ministerraad op aangepast wetsvoorstel WKB
  • februari 2017 – stemming vóór in de Tweede kamer, inclusief twee nota’s van wijzigingen en amandementen
  • april 2017 – behandeling vragen van de Eerste Kamer
  • mei 2017 – concept openbaar
  • juli 2017 – uitstel stemming Eerste Kamer, ingangsdatum 1 januari 2018 niet meer haalbaar. Er waren uitvoertechnische bezwaren.
  • juni 2018 – verzoek minister aan Eerste Kamer om behandeling te hervatten
  • dec 2018 – debat in Tweede Kamer over de wet
  • jan 2019 – bestuurlijke afspraken tussen VNG en het Rijk over invoering WKB
  • jan 2019 – commissiebespreking van Eerste Kamer
  • maart 2019 – schriftelijke overlegronde, brief aan minister
  • maart 2019 – beantwoording vragen door minister
  • april 2019 – derde termijn, behandeling kritische vragen
  • mei 2019 – brief van minister aan Eerste Kamer
  • mei 2019 – Eerste Kamer keurt wet goed
  • (2019 & 2020) – inrichting instituten, instrumenten en certificering kwaliteitsborgers
  • jan 2021 – ingangsdatum WKB

Bronnen: Kwaliteitsborging op site Bouwend Nederlandstuk van VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten)persbericht Rijksoverheid over goedkeuring 1e KamerHeijltjes AdvocatenBouwQ en Vereniging Eigen Huis

Afmontage elektra

De installateur is de afgelopen dagen goed bezig geweest met de afmontage van het meeste elektra. En ook de meterkast is voor 90% geïnstalleerd.  Het ziet er nu al mooi uit. Helaas hebben ze de komende anderhalve week alleen tijd voor een ander huis-in-aanbouw, maar daarna komen ze weer met volle kracht terug om het bij mij af te maken.   Mijn handen jeuken al om zelf wat te doen…ook nog 14 dagen wachten tot de oplevering.

Ondertussen is ook de vloer van de schuur eindelijk gestort en is de stucadoor/behanger/schilder bezig met 650m² wandafwerking. Arme man.

Zonnepanelen en brandgevaar

Ik zie het om me heen (toevalig in de wijk), spreek installateurs, heb ervaring, lees verontrustende ongefundeerde berichten in de populaire media en heb zo mijn eigen theorieën; brand bij zonnepanelen komt voor en is wat aan te doen!

Mijn eigen ervaring en theorie is altijd geweest om de zonnepanelen boven op de dakpannen te plaatsen, in plaats van die ‘over het algemeen’ beter gewaardeerde in-dak-systemen waarbij de zonnepanelen in-plaats-van de dakpannen worden geplaatst. Door de ruimte tussen het dak en de panelen ontstaat een verkoelende luchtstroming waardoor de panelen beter presteren. Immers, hoe heter de panelen hoe slechter het rendement. Te berekenen valt dat op een hete zomerdag het wel 5% kan schelen.

Daar komt nog bij dat bij in-dak-systemen de ruimte onder de panelen oncontroleerbaar warm kan worden. Hoe warm en of dit schadelijk is weet ik als niet-deskundige niet.

En met het toenemend aantal panelen in Nederland (super goed!) neemt ook het aantal problemen toe, logischerwijs. En de excessen zoals brand. Mijn theorie is altijd al dat door de hitte onder de panelen er iets vlam kan vatten; of isolatie kan smelten waardoor er kortsluiting zou kunnen ontstaan.

Tot zover ongefundeerde amateuristische gedachtenkronkels.

Gelukkig zijn er ook onderzoekers die het goed willen en kunnen uitzoeken. TNO heeft in opdracht van RVO (Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland). En die is begonnen er naar te kijken – ze weten het allemaal nog niet zeker – en de eerste tekenen wijzen op de verbindingen. De aansluitingen van de energie-kabels van de zonnepanelen naar de inverter in huis. Dit worden natuurlijk warm en kwetsbaar zo onder de zonnepanelen. En als dat niet goed gebeurd dan neemt het risico op problemen toe. Het moet bij de installatie ook meteen goed natuurlijk; zonnepanelen hebben de eigenschap dat ze geen bewegende delen hebben en eigenlijk nul onderhoud behoeven; ze liggen op je dak en je hoeft er nooit naar om te kijken. Maar dan moet het wel goed zitten!

Dus de tips voor veilige zonnepanelen met minder zorgen:

  • kies voor zonnepanelen boven op de pannen, met een luchtlaag
  • laat de zonnepanelen installeren door ervaren installateurs
  • gebruik connectoren van dezelfde fabrikant
  • gebruik goed gereedschap om de verbindingen te maken (goede installateurs zullen dit doen

De aanbevelingen van TNO (citaat Solar Magazine)

  • Licht installateurs per direct voor over (de noodzaak van) deugdelijke connectorverbindingen: TNO adviseert dat branchevereniging Holland Solar binnen 1 maand met een communiqué naar buiten treedt waarin de installateurs worden opgeroepen om hetzelfde type en merk connectoren te gebruiken voor de verbindingen.
  • De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) moet een multidisciplinaire commissie samenstellen, of breidt een bestaande commissie uit, die op korte termijn adviseert over constructie en materiaalbrandbaarheidseisen van indaksystemen, evenals over regulering middels normering en/of richtlijnen ter voorkoming van crossmating van connectoren.
  • Er moet een multidisciplinaire stresstest plaatsvinden met waarheidsgetrouwe pv-installaties op testdaken: hiertoe is een experimentele opstelling die een stresstest faciliteert.
  • Er moet evaluatie en mogelijke aanscherping van certificatie van installateurs plaatsvinden: er zou een advies moeten worden uitgebracht of de eisen van het certificaat Zonnekeur en eventueel andere certificaten aangescherpt moeten worden. In het bijzonder moet bekeken worden of, naast de vereiste van 1 examen van 1 medewerker (meestal leidinggevende) per bedrijf, niet alle installateurs een soortgelijk of verwant certificaat dienen te halen om de werkzaamheden gecertificeerd te kunnen uitvoeren.
  • Er moeten publieke middelen gereserveerd worden om aan de bovenstaande aanbevelingen invulling te kunnen geven.

 

Bron: TNO rapport voor RVO

Aanleiding: bericht op Solar Magazine en de blog van Floris Wouterlood

Vermelding in de krant (De Stentor)

Door het bloggen en sociaal delen was de interesse gewekt van een journalist van DeStentor; tijdens het interview omschreef ik mijn situatie als “niet zijnde een pionier, wel een voorop-loper” in energiezuinige huisbouw. Ik kijk af van velen die mij voorgingen, gebruik reguliere zuinige voorzieningen en bouwmethodes maar heb wel een veel zuiniger huis dan andere nieuwbouw. De meeste aannemers bouwen precies op de norm van EPC 0,4, terwijl het ons gelukt is om een EPC van -0,199 te halen.

Johannes Rutgers, de journalist, nam uitgebreid te tijd voor het interview en maakte onderwijl nog wat foto’s en filmpjes. Inclusief een tweetal filmpjes waarin ik zelf in beeld kwam en iets uitlegde. Later heeft een fotograaf van de Stentor (Rob Voss) ook nog mooie foto’s gemaakt van ons hele gezin, waarvan er 1 is gebruikt als artikel foto.

Het artikel in De Stentor online staat hier, inclusief een mooie compilatie.

 

foto van artikel in De Stentor

Artikel De Stentor 26 april 2019 – auteur Johannes Rutgers – foto Rob Voss

« Oudere berichten

© 2019 Eco Zonnewoning

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑